Productoverzicht

Productoverzicht

Figuur 1. eFLOAT CC 600
Accu
PositieEigenschap
aMotor
bAccu en accudeksel
cDisplay en bedieningseenheid
dAccuslot
eDisplay en bedieningseenheid

PositieEigenschap
1Voorbouw
2Stuur
3Remhendel
4Schakelhendel
5Balhoofd
6Voorlicht
7Veervork
8Naaf
9Remschijf
10Spaak
11Velg
12Ventiel
13Voorrem
14Pedaal
15Pedaalslinger
16Kettingblad
17Ketting
18Achterrem
19Schakelsysteem
20Parkeersteun
21Cassette
22Slot
23Zadelpenklem
24Bagagedrager
25Zadelpen
26Zadel
PositieEigenschap
IBovenbuis
IIOnderbuis
IIIZadelbuis
IVAchtervork
VZitstang
VIStuurstang

Algemeen

Over deze handleiding

Deze gebruiksaanwijzing bevat belangrijke informatie en richtlijnen over de omgang met fietsen van MERIDA en om de fiets op een veilige wijze te gebruiken waarvoor deze is bedoeld. De handleiding biedt je een volledige voorstelling en beschrijving waardoor je in staat bent om je fiets veilig kunt gebruiken op de manier waarop dit is bedoeld.

Voor een veilig gebruik van je fiets is het belangrijk dat je alle veiligheidsinstructies en aanwijzingen in deze gebruiksaanwijzing opvolgt.

Pictogrammen

Verscheidene tekstattributen, schrijfwijzen en tekststructureringen verlichten het lezen van deze documenten.

De tekstattributen (markeringen) in het document hebben de volgende betekenis:

TekenBetekenis
Aanwijzing
Opsomming
1.Processtap

Begrippen en afkortingen

De volgende begrippen en afkortingen worden in deze gebruiksaanwijzing gebruikt:

TekenBetekenis
CCCrossCountry
TKTrekking
HDHeavyDuty
SLSuperLight
FRFreeRide

Veiligheidsrichtlijnen

De veiligheidsrichtlijnen en meldingen waarschuwen voor gevaren en hun mogelijke gevolgen in de omgang met de fiets en bieden voorschriften voor het veilig gebruik van de fiets. Daarnaast worden in de veiligheidsrichtlijnen handelingswijzen aangegeven om het gevaar te voorkomen.

De waarschuwingen in deze originele gebruiksaanwijzing zijn als volgt opgebouwd:

Pictogram en signaalwoord

Garantiebepalingen

Jouw MERIDA eFLOAT-CITY werd met bijzondere zorg geproduceerd en zal in normale omstandigheden door jouw MERIDA-specialist volledig geassembleerd en klaar voor gebruik worden afgeleverd.

Gedurende de eerste twee jaar na aankoop heb je het volle recht op de wettelijke garantie op nieuwe aankopen binnen de EU-lidstaten. Moest er een probleem zijn met jouw eFLOAT-CITY, neem dan contact op met de MERIDA-specialist die voor jou de juiste contactpersoon is. Je moet voor dergelijke gevallen het aankoopbewijs kunnen voorleggen. Hou dit dus goed bij.

Voorwaarde voor de garantie, een lange levensduur en duurzaamheid van je MERIDA eFLOAT CITY is dat je je eFLOAT -CITY alleen gebruikt waarvoor hij bedoeld is en dat je de volgende punten in acht neemt:

  • Toegelaten totaalgewicht

    Het maximale gewicht geldt inclusief bestuurder, eFLOAT CITY, de uitrusting, de bagage en de aangebouwde delen en accessoires.

  • Aanhaalkoppel van de schroeven
  • Voorziene onderhoudsintervallen
  • Uitsluitend gebruik van originele wisselstukken en accessoires
  • Het frame van de fiets moet minimaal één keer per jaar door een MERIDA-specialist worden onderhouden
  • Handleiding BOSCH ACCU (alleen voor e-bikes / Bosch)

Aanwijzingen met betrekking tot slijtage

Sommige onderdelen van jouw MERIDA eFLOAT CITY zijn door hun functie onderhevig aan slijtage en moeten bij het bereiken van de slijtagegrens worden vervangen or regelmatig worden onderhouden:

accu, ketting, remblokken, remvloeistof, remschijven, remleidingen, dichtingen van veerelementen, lager van de achterbouw, naven en stuurpen, lak en decoraties, grepen, kettingbladen, bescherming van de achtervork, banden en slangen, tandwiel, zadelbekleding, rollengeleiders, smeermiddelen.

De garantie van jouw MERIDA eFLOAT CITY

Vanaf de datum van verkoop aan de eerste koper geldt de volgende fabrieksgarantie die verder gaat dan de wettelijke garantie:

  • Levenslange garantie bij framebreuk voor alle frame-elementen
  • 5 jaar op de starre vorken
  • 2 jaar bij bedoeld gebruik: Garantie voor starre vorken en frames
  • 2 jaar op alle MERIDA-componenten
  • Wettelijke garantie voor lakwerk en onderlakte decoraties

Bij een garantiegeval behoudt MERIDA zich het recht voor om het eventuele volgende model in de beschikbare kleur te leveren. Indien niet beschikbaar wordt het duurdere model geleverd.

De garantie voor schokdempers, verende voorvorken en andere merkaccessoires wordt niet door MERIDA behandeld, maar door de nationale distributeurs van de onderdelenfabrikanten.
Opmerking: In elk geval is de MERIDA-specialist jouw eerste gesprekspartner.

Fabrieksgarantie

De fabrieksgarantie geldt alleen voor de eerste koper op vertoon van het aankoopbewijs, waarop de aankoopdatum, het adres van de specialist, het model en het framenummer moeten zijn vermeld.

De garantie is exclusief arbeids- en transportkosten en geldt niet voor gevolgschade veroorzaakt door het defect.

Wedstrijden zijn toegestaan binnen de betreffende gebruikscategorie.

Uitgesloten zijn schade als gevolg van:

  • slijtage
  • slecht onderhoud
  • een val of ongeval
  • overbelasting door een te zware lading
  • slechte montage en behandeling
  • aanbouw van of aanpassing door extra componenten

Om een lange levensduur en duurzaamheid van de componenten te garanderen, moeten de montagevoorschriften van de fabrikant, de voorgeschreven onderhoudsintervallen worden nageleefd en moeten veiligheidsrelevante onderdelen regelmatig worden vervangen.

Veiligheid

Bedoeld gebruik

Pedelec

Een pedelec verenigt de eigenschappen van een conventionele fiets en die van een elektrische aandrijving. Hierbij wordt een trap op de pedalen ondersteund door een elektromotor.

Elk type pedelec is gebouwd voor een specifieke functie. Deze specifieke functies zijn onderverdeeld in categorieën volgens DIN EN 17406 Gebruiksclassificatie van fietsen. Gebruik jouw MERIDA-pedelec alleen conform de specifieke functie, zo niet bestaat het gevaar dat jouw pedelec de belasting niet kan aanhouden. Dit kan leiden tot onvoorzienbare ongevallen.

Pedelecs (Power Electric Cycles) zijn fietsen waarbij de hulpmotor alleen wordt ingeschakeld wanneer de bestuurder op de pedalen trapt. Als je stopt met trappen, wordt de motorondersteuning meteen uitgeschakeld.

Bij het wegfietsen een helling of wanneer de pedelec wordt geduwd, ondersteunt de start- en duwondersteuning tot een snelheid van 6 km/u, ook als er niet wordt getrapt.

Het geluidsdrukniveau (A-gewaardeerd) aan het oor van de fietser ligt onder 70 dB (A)

De wettelijke bepalingen voor het rijden met je MERIDA-pedelec:

Trapondersteuning

Max. 25 km/uur

Helmplicht

aanbevolen

Rijbewijs nodig?

nee

Vergunning of EU-typegoedkeuring

nee

Verzekeringsnummer

nee

Rijden op het fietspad

verplicht binnen en buiten de bebouwde kom

Voertuigklasse

fiets

Leeftijdsgrens

nee

Kinderstoeltje

toegelaten

Op voorwaarde het maximaal toegelaten totaalgewicht niet wordt overschreden en bij een veilige montage

Kinderaanhangwagen

toegelaten

Geluidsdrukniveau aan het oor van de fietserOnder 70 dB(A)

Toegelaten totaalgewicht

Het toegelaten totaalgewicht van een pedelec bestaat uit (alle waarden in kg):

  • Gewicht pedelec
  • Gewicht bagage
  • Totaalgewicht aanhangwagen inclusief lading en/of personen

Het gewicht van jouw pedelec is vermeld op het typeplaatje. Als dit niet het geval is, is het gewicht van jouw pedelec minder dan 25 kg. Voor de berekening van het totaalgewicht reken je in dat geval dus 25 kg voor de fiets.

Categorie 2 CROSS

De MERIDA-pedelecs van Categorie 2 CROSS zijn bedoeld voor gebruik op een vaste ondergrond zoals geasfalteerde wegen en fietspaden of voor veldwegen met fijne kiezel, zand of een andere zanderige ondergrond met een beperkt aantal hobbels en putten. Hierbij is goed mogelijk dat het contact met de oneffen ondergrond wordt onderbroken en de banden het contact met de bodem verliezen. Het sporadisch afrijden van een stoeprand of een trede en sprongen van een beperkte hoogte tot 15 cm is toegestaan.

De reeks is bedoeld voor gebruik voor ontspanning en fietstochten met gemiddelde moeilijkheidsgraad.

Typische snelheid: Tussen 15 km/uur en 25 km/uur.

Voor MERIDA-pedelecs van categorie 2 geldt een levenslange garantie.

Maximaal totaalgewicht: 150 kg

Niet bedoeld gebruik

Niet bedoeld gebruik is gebruik buiten de categorie waartoe de fiets behoort volgens de DIN EN 17406-gebruiksclassificatie voor fietsen.

Bovendien geldt het volgende ook als niet bedoeld gebruik:

  • het vervangen, gebruiken en monteren van niet toegelaten componenten
  • montage van een verbrandings- of elektromotor
  • elke reparatie aan onderdelen in carbon
  • de mechanische wijziging van bestaande onderdelen (slijpen, vijlen, boren...)
  • het verwijderen van veiligheidscomponenten (bijv. reflectoren) of bevestigingsmiddelen
  • het boosten van het vermogen (tunen)

Gebruik van een aanhangwagen

Je MERIDA eFLOAT CITY mag worden gebruikt in combinatie met een aanhangwagen of voor het transport van kinderen voor een totaal draagvermogen tot 27 kg.

In speciale kinderwagens, die achter de fiets worden gemonteerd, kunnen maximaal 2 kinderen worden vervoerd.

Bij het gebruik van een aanhangwagen moeten volgende zaken in acht worden genomen:

  • de aanhangwagen geldt met zijn werkelijke gewicht inclusief lading als onderdeel van het toegestane totaalgewicht.
  • de aanhangwagenkoppeling mag alleen aan de achteras of via een speciale koppeling aan het uitvaleinde worden gemonteerd.
  • De bevestiging van de aanhangwagenkoppeling aan een framebuis, de achtervork of de zadelsteun is niet-toegelaten.
  • Als het nodig is om de originele steekas voor de bevestiging van de aanhangwagenkoppeling te vervangen of een adapter met de originele steekas vast te klemmen, moet erop worden gelet dat de asdraad en de schroefdraad van de asmoer volledig worden afgedekt.
  • De vervangassen moeten voldoen aan de technische specificaties (Technische specificaties) van de originele MERIDA as (klembreedte, schroefdraadlengte en -hoogte, materiaal en diameter).
  • Als de verlichting door de aanhangwagen worden afgedekt, moeten deze zichtbaar aan de aanhangwagen worden aangebracht. Bij het fietsen bij nacht moet een licht op accu of batterij aan de achterzijde van de aanhangwagen worden bevestigd.
  • De hoogst toegelaten snelheid aangegeven door de fabrikant van de aanhangwagen moet worden aangehouden. Raadpleeg hiervoor de handleiding van de fabrikant van de aanhangwagen.
  • Personen mogen alleen worden vervoerd in aanhangwagens die hiervoor zijn uitgerust.

Handleiding voor het vervangen van onderdelen CE-gemarkeerde e-bikes / pedelecs

Handleiding voor het vervangen van onderdelen met een trapondersteuning tot 25 km/uur

CategorieBeschrijving
Categorie 1

Onderdelen die alleen mogen worden vervangen na goedkeuring door MERIDA of de leverancier van het elektrisch systeem.

  • Motor

  • Sensoren

  • Elektronische sturing

  • Elektrische leidingen

  • Bedieningseenheid aan het stuur

  • Display

  • Accu

  • Laadtoestel

Categorie 2Onderdelen die alleen mogen worden vervangen na goedkeuring door MERIDA.
  • Frames

  • Schokdempers

  • Achtervork en geveerde voorvork

  • Remsysteem

  • Remblokken (velgremmen)

  • Bagagedrager (bagagedragers bepalen direct de gewichtsverdeling op de fiets. Zowel negatieve als positieve veranderingen kunnen leiden tot een ander rijgedrag dan door de fabrikant wordt aangegeven.)

Categorie 3Onderdelen die alleen mogen worden vervangen na goedkeuring door MERIDA of de systeemaanbieder van de fabrikant van het onderdeel.
  • Pedaalslinger

    (op voorwaarde dat de afstanden tussen de pedaalslinger en het midden van het frame (Q-factor) worden aangehouden)

  • Loopwiel zonder naafmotor

    (op voorwaarde dat ETRTO wordt nageleefd)

  • Ketting / tandriemen

    (op voorwaarde dat de originele breedte wordt nageleefd)

  • Velgband

    (velgbanden en velgen moet op elkaar zijn afgestemd. Gewijzigde combinaties kunnen leiden tot het verschuiven van de velgband waardoor defecten kunnen ontstaan aan de binnenband

  • Banden

    (Door de sterkere acceleratie, het extra gewicht en het dynamischer nemen van bochten zijn banden nodig die zijn goedgekeurd voor gebruik op e-bikes. De ETRTO-normen moeten worden nageleefd.)

  • Remkabels / remleidingen
  • Remblokken

    (Schijven, rollen, trommelremmen)

  • Stuurpen

    (Voor zover de trek- en/of leidinglengtes niet moeten worden gewijzigd. Binnen de toegelaten treklengtes moet een verandering van de zitpositie in de richting van de verbruiker mogelijk zijn. Bovendien verandert de belastingverdeling op het wiel aanzienlijk, wat mogelijk tot kritieke stuureigenschappen kan leiden.)

  • Zadel en zadelondersteuning

    (op voorwaarde dat de achterwaartse verschuiving ten opzichte van het standaard-/originele toepassingsgebied niet groter is dan 20 mm. Ook hier kan een gewijzigde lastverdeling buiten het voorgeschreven verstelbereik tot kritische stuureigenschappen leiden. Hierbij speelt ook de lengte van de zadelpen aan het zadelsysteem en de vorm van het zadel een rol.)

  • Fietslicht

    (De fietslichten zijn voorzien voor een specifieke spanning, die moet zijn aangepast aan de accu van het voertuig. Daarnaast moet rekening worden gehouden met de elektromagnetische compatibiliteit (EMC) waarbij het fietslicht deel kan uitmaken van een potentiële zendstoring.)

Categorie 4Onderdelen waarvoor geen speciale vrijstelling is vereist.
  • Balhoofd

  • Trapaslager

  • Pedalen

    (op voorwaarde dat het pedaal niet breder is dan de standaard of originele.)

  • Derailleur

  • Schakelsysteem

    (Alle onderdelen van het schakelsysteem moeten passend zijn voor het aantal versnellingen en moeten onderling compatibel zijn.)

  • Schakelhendel / draaigreep

  • Schakelkabels en hulzen

  • Kettingbladen / riemschijven / tandkrans

    (op voorwaarde dat het aantal tanden en de diameter gelijk zijn aan het standaard-/originele toepassingsgebied.)

  • Kettingkast

  • Beschermplaat

    (op voorwaarde dat de breedte niet kleiner is dan de standaard-/originele onderdelen en de afstand tot de band minimaal 10 mm bedraagt.)

  • Spaken

  • Binnenband van hetzelfde type en met hetzelfde ventiel

  • Dynamo

  • Achterlicht

  • Achterreflector

  • Reflectoren in de spaken

  • Staander

  • Grepen

  • Bel

Categorie 5Bijzondere richtlijnen bij het monteren van accessoires.
  • Stuurhoorns (bar ends) zijn toegestaan, op voorwaarde dat ze vakkundig naar voren zijn gericht.

    (De lastverdeling met niet merkbaar worden veranderd)

  • Achteruitkijkspiegels zijn toegelaten

  • Fietstassen en topcases zijn toegelaten. Er moet wel worden gelet op het maximaal toegelaten totaalgewicht, de maximale belading van de bagagedrager en een correcte lastverdeling.

* richtlijnen betreffende categorie 3: de goedkeuring van de fabrikant van het onderdeel geschiedt alleen als het onderdeel vooraf voldoende is getest in overeenstemming met het beoogde gebruik en de relevante normen en als er een risicoanalyse is uitgevoerd.

Transport en opslag

Transport

Jouw MERIDA eFLOAT-CITY werd met bijzondere zorg geproduceerd en zal in normale omstandigheden door jouw MERIDA-specialist volledig geassembleerd en klaar voor gebruik worden afgeleverd.

Transport van MERIDA-fietsen met een voertuig

Jouw MERIDA eFLOAT CITY kan aan of in een voertuig worden getransporteerd.

  1. Let er altijd op dat de fiets veilig is bevestigd aan of in het voertuig en controleer regelmatig of jouw eFLOAT CITY nog goed is bevestigd.
  2. Verwijder alle hindernissen en afneembare accessoires op de bagagedragers.
  3. Verwijder ook het kinderstoeltje als dit is bevestigd.

Volg de transportvoorwaarden van de fabrikant van de fietsendrager.

Voor je meerdere fietsen vervoert op een fietsendrager, moet je nagaan wat het toegelaten laadvermogen van de fietsendrager is en hoe hoog de daklast of de kogeldruk van de trekhaak is.

Zorg ervoor dat alle beweegbare en losse delen en het bedieningselement van de fiets is verwijderd en veilig in het voertuig is opgeborgen.

Verschillen tussen landen in de aanduidingen voor het vervoer van fietsen:

Informeer je over de transportvoorschriften voor fietsen in de landen die je bezoekt.

Transport van de e-bike accu

Neem voor het transport de accu en het accudeksel van jouw MERIDA eFLOAT CITY uit de fiets en berg deze veilig op in het voertuig.

Opslag

Kortdurende opslag

Als je je MERIDA eFLOAT CITY tijdens het seizoen regelmatig onderhoudt, hoef je geen speciale maatregelen te nemen.

Bewaar je eFLOAT CITY op een droge, goed geventileerde plek.

Langdurige opslag

Als de fiets langdurig wordt weggeborgen verliezen de binnenbanden na verloop van tijd lucht. Als de eFLOAT CITY langere tijd op platte banden staat, dan er schade optreden aan het rubber. Hang daarom de wielen of de hele eFLOAT CITY op of controleer de bandenspanning regelmatig.

Maak je eFLOAT CITY schoon en bescherm de fiets tegen corrosie. Speciale zorgmiddelen zijn verkrijgbaar bij jouw MERIDA-specialist.

Neem de accu van je eFLOAT CITY uit de fiets. In het ideale geval moet de accu met een laadstand van 30% op een temperatuur tussen 0 °C en 20 °C worden bewaard in een droge omgeving. Een goed geventileerde ruimte met rookmelder, uit de buurt van warmtebronnen of licht ontvlambare materialen is het meest geschikt als ruimte om de fiets te bewaren.

Voor de eerste rit

Wanneer je je e-bike bij een erkende dealer ophaalt, is deze al rijklaar gemaakt om een veilige werking te garanderen. De specialist heeft een eindcontrole uitgevoerd en maakte een proefrit.

Controleer of de schroeven vast zitten

Om de bedrijfszekerheid van je MERIDA eFLOAT CITY te waarborgen moeten alle schroeven van de onderdelen zorgvuldig worden vastgedraaid. Dit moet voor de eerste rit en verder regelmatig worden gecontroleerd.

Gebruik hiervoor een momentsleutel waarvoor de correcte aanhaalkoppels voor de schroeven kunnen worden ingesteld. Werk van onder naar boven (halve Newtonmeter naar het voorgeschreven maximale aanhaalkoppel toe en controleer bij elke stap steeds of het onderdeel goed vastzit. Overschrijd nooit het door de fabrikant aangegeven maximale aanhaalkoppel.

Voor onderdelen waarvoor geen melding wordt gemaakt van het aanhaalkoppel, start je met 2 Nm.

Kennismaking met het elektrisch systeem

Alle informatie over het elektrisch systeem is terug te vinden op: (www.bosch-ebike.com)

Optie 1: Bedieningseenheid Purion 200

De bedieningseenheid Purion 200 is bedoeld om je e-bike te besturen en optioneel voor de aansturing van een extra boordcomputer van de systeemgeneratie Smart System.

Figuur 2. Bedieningseenheid Purion 200
PositieBedieningselement
1Aan-/uittoets
2Display
3Omgevingslichtsensor
4Keuzetoets
5Toets verhoging ondersteuningsstap + / fietslicht
6Toets verlaging ondersteuningsstap - / schakelhulp
7Houder
8Bevestigingsschroef
9Diagnosepoort (voor onderhoud)
10Naar links bladeren
11Naar rechts bladeren
Bediening Purion 200 via de bedieningseenheid met 5 toetsen
Figuur 3. Bediening Purion 200 via de bedieningseenheid met 5 toetsen
PositieBedieningselement
1Naar links bladeren
2Naar rechts bladeren
3Ondersteuningsstap verhogen / naar boven bladeren
4Ondersteuningsstap verlagen / naar onder bladeren
5

Kort drukken Keuzetoets / menu Instellingen in het statusscherm openen / vrijgave van foutcodes

Lang drukken (> 1 sec.):

Snelmenu openen (voor elk scherm behalve het statusscherm)
Optie 2: Boordcomputer Kiox 500

De boordcomputer Kiox 500 is alleen bedoeld om ritgegevens weer te geven op jouw e-bike van de systeemgeneratie Smart System. Om alle functies van de boordcomputer Kiox 300 / Kiox 500 te kunnen gebruiken heb je een compatibele smartphone nodig waarop de eBike Flow app is geïnstalleerd.

Figuur 4. Boordcomputer Kiox 500
Bediening via LED Remote
Figuur 5. Bediening LED Remote
PositieBedieningselement
1Omgevingslichtsensor
2Aan-/uittoets
3Weergave laadtoestand eBike-accu
4ABS-led (optie)
5Led rijmodus
6Houder
7Keuzetoets
8Diagnosepoort (voor onderhoud)
9Toets verlaging ondersteuningsstap - / schakelhulp
10Toets verhoging ondersteuningsstap + / fietslicht
11Toets helderheid verminderen / terugbladeren
12Toets helderheid verhogen / verder bladeren

Aansluiten laadkabel

  1. Klap de laadbus aan de onderbuis open.

  2. Schuif de laadbus iets naar onder tot deze vastklikt.
  3. Steek de laadkabel met de uitsparing aan de linkerzijde in de laadbus. De stekker past slechts in één enkele positie in de laadbus.

  4. Als de fiets helemaal is opgeladen verwijder je de laadkabel.
  5. Klap de laadbus terug dicht met behulp van de magneetjes.

Accu verwijderen

Werkwijze

  1. Draai de hendel rechtsom naar de verticale stand om het slot in het accudeksel te openen.





  2. Kantel de het accudeksel in de richting van het voorwiel uit de fiets.

  3. Draai de sleutel rechtsom in het slot

  4. Bedien de grendel aan de accuhouder.
  5. Neem de accu voorzichtig langs boven uit de fiets.

Instellen van de zadelhoogte

Bij een fiets met een standaard rechte bovenbuis moet er minimaal 25 mm ruimte zijn tussen jezelf en de bovenbuis wanneer je over de fiets staat.

Bepalen van de zadelhoogte

Om vast te stellen of de juiste zadelhoogte is ingesteld:

  1. neem plaats op het zadel
  2. zorg ervoor dat de zadelsteun op de hoogste stand staan.
  3. plaats de rechterhiel op het onderste pedaal.
  4. Je rechterbeen moet hierbij licht gebogen zijn
    • Als het been te sterk is gebogen, moet je de zadelsteun naar boven schuiven.
    • Als je niet aan het pedaal kan, schuif dan de zadelsteun naar onder.

Controle van de functie omlaag

  1. Bedien de hendel van de neerdalende zadelsteun om na te gaan of deze probleem omlaag en weer omhoog kan.
  2. Test het neerdalen van het zadel bij het afdalen en technische doorgangen zodat je comfortabel zit tijdens een afdaling.

Aanpassing in functie van je persoonlijke fietsstijl

De optimale hoogte voor vlakke en steile routes hangt af van je lichaamsgrootte en de fietsstijl. Pas indien nodig de zadelhoogte voor optimaal comfort en controle

Zadelsteun instellen

Om de voor jou passende zithoogte in te stellen, maak je de snelspanner of de zadelsteunklem los aan het bovenste uiteinde van de zadelbuis.

Zadelsteunklemmen losmaken

  1. Draai met een geschikt gereedschap, bijv. een inbussleutel, de klemschroef twee tot drie keer tegen wijzerzin om.
  2. Draai de zadelsteunen tot op de passende hoogte en zet de klemschroeven weer vast.
  3. Trek de zadelsteun niet hoger dan de markeringen die op de schacht zijn aangebracht (einde, minimum, maximum, stop, limiet enz.).


  4. Vet het gedeelte van de aluminiumsteun die in de zadelbuis wordt geschoven in.

Zadelsteun vastklemmen

  1. Zet het zadel weer recht door de punt van het zadel op de trapasbehuizing of langs de bovenbuis te richten.
  2. Klem de zadelsteun vast.
  3. Sluit de snelspanner of draai de klemschroef van de zadelsteun vast met het aanhaalkoppel dat op de klemschaal is vermeld.
  4. Controleer bij elke stap telkens of de zadelsteun goed vast zit.
  5. Hou hierbij het zadel met beide handen vooraan en achteraan vast en probeer het zadel te draaien.
  6. Als het zadel kan worden gedraad moet je de klemschroef van de zadelsteun nog een keer voorzichtig een halve draai vaster draaien. Controleer daarna opnieuw of het zadel vast zit.

Stuurhoogte instellen

De hoogte van het stuur ten opzichte van het zadel en de afstand tussen het zadel en het stuur bepalen de kromming van de rug. Een diepliggend stuur geeft een sportieve houding waardoor veel gewicht naar het voorwiel wordt geschoven.

Er bestaat een Ahead-stuurpen waarbij de stuurhoogte kan worden aangepast.

Stuurpen voor schroefdraadloos systeem - Ahead®-systeem

Bij MERIDA-fietsen met Ahead-stuurlager wordt de lagervoorspanning met behulp van de stuurpen ingesteld. Als de positie van de stuurpen gewijzigd, moet de lagerspeling ook opnieuw worden ingesteld.

Figuur 6. Stuurpen voor schroefdraadloos systeem - Ahead-systeem

Je kunt de hoogte beperkt aanpassen door de tussenringen (spacers) te verschuiven of de stuurpen bij zogenaamde flip-flop-modellen om te draaien.

Controle van de vrije loop van de band

De diameter en de breedte van de originele loopwielen en -banden werden zo gekozen dat er tussen de het draaiende loopwiel met banden en frame, de vork en de andere componenten altijd voldoende vrije ruimte is. Elke wijziging aan de loopwielen of banden kan deze vrije loop in het gedrang brengen. Banden die meteen worden gekenmerkt als hebbende een gelijke grootte, kunnen een verschillende breedte hebben wanneer ze zijn opgespannen en opgepompt en op de fiets zijn gemonteerd. De gecontroleerde vrije loop van de band geldt voor een gemonteerde en opgepompte band, ook wanneer reservebanden eenzelfde grootte hebben als de banden die moeten worden vervangen.

De afstand tussen een degelijk opgepompte band en de andere delen van de fiets moet in de regel minimaal 6 mm bedragen. Houd altijd voldoende afstand tussen de draaiende velg met band en het frame, de vork en andere onderdelen. Controleer het frame en de vork regelmatig op beschadigingen en de omgeving van het loopwiel op eventuele vreemde voorwerpen of hindernissen.

Figuur 7. Vrije loop aan het voorwiel

Figuur 8. Vrije loop aan het achterwiel

Tijdens het fietsen mogen de banden de vork, het frame of andere onderdelen niet raken wanneer een veerelement volledig is ingedrukt of wanneer de wielen door zijdelingse krachten worden vervormd. Bij een verende voorvork moet de band ook bij volledig ingedrukte vork een minimale afstand aanhouden tot de vorkkroon.

Schijfremmen inremmen

Nieuwe schijfremmen moeten worden ingeremd. Het inremmen helpt om een constante en krachtige remprestatie en een geruisarm remmen onder de meeste rijomstandigheden te garanderen.

  1. Ga zitten op zadel en maak snelheid met de fiets op een vlakke weg tot je een matige snelheid hebt bereikt.
  2. Trek dan krachtig aan de remhendels tot je de stapsnelheid hebt bereikt. Doe dit een twintigtal keer.
  3. Versnel dan en rem de fiets weer af tot stapsnelheid. Doe dit een tiental keer.
  4. Laat de remmen afkoelen voor je gaat fietsen.
  5. Neem contact op met je MERIDA-specialist als de effectiviteit van je rem afneemt of het drukpunt ongelijk wordt.

Snelspanner controleren

In de eindpositie moet de snelspanner altijd loodrecht op de snelspanneras staan. Deze mag zijdelings niet uitsteken. De hendel moet op zodanige wijze aan het frame of de vork zijn bevestigd dat deze niet ongewild open gaat maar ook gemakkelijk vast te nemen is en snel kan worden bediend.

Figuur 9. Snelspanner

  1. Controleer de zitting door op het uiteinde van de gesloten hendel te drukken en te proberen om deze te verdraaien.

    Resultaat 1/2De hendel kan niet worden verdraaid. Dit geeft aan dat deze goed vast zit.
    • Geen verdere actie nodig.

    Resultaat 2/2
    • De hendel kan worden verdraaid en beweegt nog.

    • Open de snelspanner en verhoog de voorspanning.

    • Draai hiervoor de klemmoer aan de andere zijde een halve draai linksom.

    • Sluit de snelspanner en controleer de zitting opnieuw.

  2. Til vervolgens het loopwiiel een paar centimeter van de grond en geef een tikje bovenop de band.

    • Een goed bevestigd loopwiel blijft in de aspunten van het frame of de vork zitten en kleppert niet.

  3. Controle van de snelspanner aan het zadel: Probeer het zadel tegenover het frame te verdraaien.

Pedalen monteren

Opmerking:

De pedaal zijn voorzien van een rechtse of een linkse schroefdraad. De pedalen zijn aan montagezijde gemarkeerd met een “R” of een “L” .

  1. Schuif de beide meegeleverde inlegschijfjes op de beide pedaalassen.
    Figuur 10. Pedaal met inlegschijfje

  2. Draai de linkerpedaal tegen wijzerzin in de schroefdraad van de linker pedaalslinger
  3. Draai de pedaal met een aanhaalkoppel van 35 Nm vast
    Figuur 11. Pedaal links

  4. Draai de linkerpedaal tegen wijzerzin in de schroefdraad van de rechter pedaalslinger
  5. Draai de pedaal vast op 35 Nm.
    Figuur 12. Pedaal rechts

De wettelijke voorschriften van de nationale verkeersregels in acht nemen

Wettelijke voorschriften

Als je met je e-bike wilt deelnemen aan het openbaar straatverkeer, moet deze voldoen aan alle wettelijke voorschriften.

Nederland:

In Nederland worden de vereiste uitrustingen voor het openbaar wegverkeer geregeld in de Nederlandse verkeerswet (Wegenverkeerswet 1994 WVW) Juridisch gezien zijn onze 25 km/u-modellen gelijkgesteld aan fietsen en vallen ze daarom onder dezelfde regelgeving. De volgende uitrusting moet voorzien zijn:

BetekenisBijzondere richtlijnen
Een wit voorlicht en een witte reflector

De voor- en achterlichten en reflectoren moeten vanaf de schemering, ‘s nachts en telkens wanneer vereist omwille van de beperkte zichtbaarheid worden ingeschakeld. De lichten en reflectoren moeten tijdens het gebruik vast zijn aangebracht en tegen ongewild verschuiven onder normale omstandigheden zijn verankerd en altijd bedrijfsklaar zijn.

Het voorlicht moet zo zijn afgesteld dat de andere verkeerdeelnemers niet worden verblind.

Lichten en reflectoren mogen niet worden afgedekt.

Rood achterlicht en rode reflector
Pedaalreflectoren

Beide pedalen moeten beschikken over naar voor en achter gerichter gele reflectoren.

Spaakreflectoren

In het voor- en achterwiel moeten telkens twee spaakreflectoren zijn aangebracht.

Alternatief: Banden met reflecterende strook of spaaksticks aan elke spaak.

Voor België:

Voor België gelden de regels van de Wegcode (Wegverkeerswet van 16 maart 1968 - www.wegcode.be)

BetekenisBijzondere richtlijnen
Wit voorlicht

Voor- en achterlicht kunnen vast zijn aangebracht of afneembaar zijn

Voor- en achterlicht moeten worden ingeschakeld bij valavond, nacht, schemering en telkens wanneer de zichtbaarheid dit vereist.

Voor- en achterlichten mogen andere verkeersdeelnemers niet verblinden.

Lichten en reflectoren mogen niet worden afgedekt.

Rood achterlicht
Witte reflector

Er moet ten minste een naar voor en naar achter gerichte reflector zijn voorzien met een licht reflecterend oppervlak van minimaal 10 cm². De reflectoren moeten ‘s nachts minimaal 100 meter ver terugstralen in het grootlicht van een motorvoertuig.

Rode reflector
Pedaalreflectoren

De pedalen moeten vooraan en achteraan zijn voorzien van een reflector met een minimale oppervlakte van 5 cm² Dit geldt niet voor rennerspedalen, veiligheidspedalen en dergelijke.

Oostenrijk:

Voor deelname aan het openbare wegverkeer in Oostenrijk moet worden voldaan aan de Oostenrijkse wegcode. Deze zijn terug te vinden op de website van de Oostenrijkse overheid.

BetekenisBijzondere richtlijnen
Een wit voorlicht en een witte reflector

De voor- en achterlichten en reflectoren moeten vanaf de schemering, ‘s nachts en telkens wanneer vereist omwille van de beperkte zichtbaarheid worden ingeschakeld. De lichten en reflectoren moeten tijdens het gebruik vast zijn aangebracht en tegen ongewild verschuiven onder normale omstandigheden zijn verankerd en altijd bedrijfsklaar zijn.

Het voorlicht moet zo zijn afgesteld dat de andere verkeerdeelnemers niet worden verblind.

Lichten en reflectoren mogen niet worden afgedekt.

Rood achterlicht en rode reflector
Pedaalreflectoren

Beide pedalen moeten beschikken over naar voor en achter gerichter gele reflectoren.

Spaakreflectoren

In het voor- en achterwiel moeten telkens twee spaakreflectoren zijn aangebracht.

Alternatief: Banden met reflecterende strook of spaaksticks aan elke spaak.

Opmerking:

De pedelecs zijn beperkt tot een nominaal continu vermogen van 250 W en een door het ontwerp bepaalde maximumsnelheid met elektrische trapondersteuning van 25 km/u. Alleen dan mogen ze deelnemen aan het wegverkeer.

Elke verhoging van het vermogen en/of de constructiegebonden snelheid boven deze grens heeft tot gevolg dat het voertuig een motorvoertuig wordt.

Dit heeft een aantal gevolgen

  • vergunningsplicht
  • Rijvaardigheidsattest (de klasse hangt af van de topsnelheid)
  • Verplichte verzekering en kenteken
  • Helmplicht
  • Mogen niet op het fietspad
  • Het bewijs moet worden geleverd van bedrijfsvastheid van alle veiligheidsrelevante onderdelen

Inspectie voor elke rit

Voor je gaat fietsen moet deze worden onderworpen aan een veiligheidskeuring, ideaal gesproken op een vlakke ondergrond en buiten het verkeer.

Controle op vastheid van de onderdelen

  1. Controleer alle schroeven op vastheid, correcte aansluiting en correcte vergrendeling
  2. Controleer snelspanners, steekassen, schroefverbindingen aan het voor- en achterwiel en andere onderdelen.
  3. Controleer de stekkerverbindingen van de accu, het bedieningspaneel en display en de aandrijving
  4. Controleer de accu in zijn houder en de vergrendeling

Laat je fiets van een beperkte hoogte op de grond botsen. Ga eventueel de oorsprong van klapperende geluiden na. Controleer eventueel de lagers, schroefverbindingen en de correcte plaatsing van de accu.

Werking van de remmen controleren

Remtest uitvoeren:

  1. Doe bij stilstand een remtest waarbij je de remhendel krachtig tegen het stuur aan drukt en de volledige remkracht gebruikt.
  2. Controleer of de voorwielrem goed werkt. Doe dit door langzaam met de fiets te rijden en de voorwielrem aan te trekken. De fiets zou meteen moeten stoppen.
  3. Herhaal deze procedure ook voor de achterrem.

Het drukpunt moet meteen stabiel zijn. Als je pas na meerdere keren bedienen van de remhendel een stabiel drukpunt voelt, moet je je fiets onmiddellijk laten controleren door je MERIDA-specialist.

Stuur controleren

Figuur 13. Stuurhoek

  1. Kijk na of het stuur in een positie van 90° staat ten overstaan van het voorwiel.
  2. Controleer of het stuur goed vast zit, zodat het tijdens de rit niet scheef gaat zitten waardoor je kan vallen.
  3. Zorg ervoor dat er tijdens het sturen geen kabels strak komen te staan of vast kunnen komen te zitten.
  4. Kijk na of de grepen nog goed vast zitten en in de juiste stand staan. Als de grepen los zitten of scheuren, sneden of afgebroken delen bevatten, moet je ze vervangen of moeten ze door een MERIDA-specialist worden vervangen.
  5. Ga na of de uiteinden van het stuur en ander opzetstukken met stoppen zijn afgesloten. Als de eindstoppen van het stuur beschadigd zijn, vervang ze dan door nieuwe.
  6. Let er bij sturen met opzetstukken aan het uiteinde van het stuur op dat deze volgens de voorschriften van de fabrikant voor sturen en opzetstukken zijn vastgeklemd.
  7. Zorg er bovendien voor dat het stuur, de opzetstukken, grepen en rem- en versnellingshendels correct zijn bevestigd en dat de fiets veilig kan worden gebruikt, dit betekent dat je onbelemmerd moet kunnen sturen, remmen en schakelen.

Loopwielen controleren

Spaken en velgen

  1. Controleer de spaken en velgen op beschadigingen.

Vrij loop en vaste verankering in het frame

  1. Draai aan het voorwiel, het moet zonder zijslag in de vork draaien zonder andere bouwdelen aan te raken.
  2. Draai aan het achterwiel, het moet zonder zijslag in de vork draaien zonder andere bouwdelen aan te raken.
  3. Controleer of de assen in uitvaleinden stevig vast zitten.
  4. Til je fiets op en sla met je vuist op de banden. Het loopwiel mag er niet uitvallen, goed vast blijven zitten en niet zijdelings bewegen.

Snelspanner

  1. Ga na of de hendel correct is gepositioneerd en dichtklapt is wanneer je fiets is voorzien van een snelspanner.
  2. Let erop dat de snelspanner de volgende delen niet raakt: Vork, aanbouwdelen, spaken of remsystemen.

Bandendruk

  1. Controleer met behulp van een bandenpomp met manometer of de banden nog voldoende druk hebben.
  2. Pomp de banden altijd op rekening houdend met de meldingen op de zijkant van de band of de velg.

Slijtage van de band

  1. Controleer de slijtage van de band aan je fiets.
  2. Vervang ze indien nodig.

Banden waarbij het profiel te klein is geworden of waarvan de flanken broos zijn, vormen een groot risico op ongevallen en vallen. De binnenzijde van de band kan beschadigd zijn als er vuil of vocht is binnengetreden.

Ventielen

  1. Controleer of de ventielen rechtop staan, schade aan de bandrand kan leiden tot een klapband.

Controle van het zadel en de zadelsteun

  1. Controleer of het zadel goed is uitgelijnd en op één lijn staat met de bovenbuis.
  2. Controleer of de zadelpen of -klem goed vast zit om te vermijden dat het zadel kan draaien, kippen of verschuiven tijdens de rit.

Let op de foutmeldingen aan het elektrisch systeem

Let op de foutmeldingen en codes die op het scherm worden weergegeven. Los ze op voor je gaat fietsen Oplossen van storingen

Na een val of botsing

Onderzoek het frame en de componenten op schade en fiets niet verder als je schade vaststelt!

De volgende componenten en functies moeten worden nagekeken:

Stuuraanslag controleren

Bij een val kan de ingebouwde stuuraanslag verdraaien. Daarom moet na elke val worden nagekeken of de stuuraanslag nog mooi in het midden staat. Daarnaast moet worden nagegaan of het stuur in de rechte stand even ver naar links als naar recht kan worden gedraaid.

Figuur 14. Stuurinslag controleren

Frame en geveerde voorvork

  1. Controleer of het frame of de geveerde voorvork niet gebroken of gebogen is.
  2. Controleer frameonderdelen in carbon op scheurtjes of zwakke plekken in het carbon als je fiets een frame in carbon heeft.

Schakelsysteem en loopwielen

  1. Controleer het schakelsysteem door naar alle versnellingen te schakelen en vast te stellen dat alles vlot verloopt zonder haperingen of speciale geluiden.
  2. Controleer de loopwielen door eraan te draaien en te kijken of er geen zijdelingse slag is, een slepende rem of losse spaken. Let ook op een eventueel speling met de as.

Als je aan een van deze onderdelen ook maar de minste schade ziet, fiets dan niet meer verder!

Ook als je geen schade hebt vastgesteld moet je, terwijl je verder fietst, bijzonder voorzichtig zijn en letten op ongewone geluiden van je fiets. Deze kunnen wijzen op schade of andere problemen met je fiets. Fiets in geen geval verder als je ongewone geluiden vaststelt.

Bij twijfel over de toestand van het materiaal na een val of een ongeval moet je je absoluut melden bij jouw MERIDA-specialist. Veel gevolgen van een val of een ongeval kunnen vaak alleen worden vastgesteld wanneer de fiets volledig uit elkaar wordt gehaald en een grondige controle wordt uitgevoerd op barsten en scheuren of andere tekenen van schade.

Oplossen van storingen en reparaties

Bij foutmeldingen op het bedieningsscherm moet de Gebruiksaanwijzing van Bosch worden geraadpleegd op de fouten te herstellen.

Voer vervolgens de stappen in de Gebruiksaanwijzing van Bosch uit of wend je tot een MERIDA-specialist.

Montage / demontage van het loopwiel

Je fiets is voorzien van steekassen. Ze geven de verende voorvork en het achterframe de nodige stijfheid.

Steekas achteras monteren

In het volgende hoofdstuk leer je hoe het achterwiel moet worden gemonteerd.

  1. Breng vet aan op de schroefdraad van de steekas.
  2. Plaats het achterwiel en let erop dat de opening voor de steekas vanaf de naaf en het uitvaleinde op één lijn liggen.
  3. Schuif de steekas van de niet-aandrijfzijde door het uitvaleinde en door de naaf. De steekas moet de schroefdraad van het tegenoverliggende uitvaleinde raken.
  4. Trek de steekas door aan de ashendel te draaien en draai in wijzerzin handvast.
  5. Verwijder de ashendel Afneembare ashendel
  6. Trek de steekas met behulp van een momentsleutel en een inbussleutel van 6 mm vast op aanhaalkoppel 9 - 13,5 Nm.

Steekas achterwiel demonteren

In het volgende hoofdstuk leer je hoe de steekas van het achterwiel moet worden gemonteerd.

  1. Draai de ashendel tegen wijzerzin lost om de steekas vrij te maken.
    Figuur 15. Ashendel draaien
  2. Neem de steekas weg in de richting tegenovergesteld aan de aandrijving.
    Figuur 16. Steekas verwijderen
  3. Verwijder de steekas

Steekas voorwiel monteren

Voor de montage van de steekas aan het voorwiel moeten de volgende gebruiksaanwijzingen van de fabrikanten van geveerde voorvorken worden nageleefd:

Steekas controleren

Je fiets is uitgerust met een steekas om de verende voorvork en het achterframe voldoende stijfheid te geven.

Afneembare ashendel

Onze MERIDA TR achterashendel kan worden gebruikt om de achteras vast te zetten, maar wanneer deze wordt verwijderd, kan hij ook als 6 mm en 4 mm inbussleutel worden gebruikt, waarmee heel wat andere bouten op de fiets kunnen worden vastgedraaid.

Om de afneembare ashendel te gebruiken, trek je de handel aan de niet-aandrijfzijde uit de fiets. Om deze weer te monteren druk je hem gewoon weer in het midden van de steekas.

Figuur 17. Ashendel

EAN: 4057094024029

Snelspanner

Voor het snelle schakelen en montage/demontage zijn aan jouw pedelec snelspanners aangebracht. De snelspanner bestaat uit twee bedieningselementen:

De hendel zet de sluitbeweging via een extender om in klemkracht.

Met de klemmoer aan de andere kant wordt de voorspanning op een schroefdraadstang van de snelspanneras ingesteld.

Onderhoud van de snelspanners

Openen

  1. Open de snelspanner met de hendel. De tekst Open zou nu zichtbaar moeten zijn.
  2. Draai de klemmoer linksom verder open op de snelspanner nog verder los te maken.
  3. Breng het loopwiel in de juiste stand of neem de loopwiel bij demontage uit de fiets.

Sluiten

  1. Beweeg de hendel in de richting van de klempositie. De tekst Close zou nu zichtbaar moeten zijn.

    Bij de start van de sluitbeweging tot de helft van de loopweg moet de hendel zeer gemakkelijk te bedienen zijn. In de tweede helft van de sluitbeweging moet de hefkracht duidelijk toenemen. De hendel kan tegen het einde van de beweging moeilijk de bewegen zijn.

  2. Gebruik de bal van uw duim en trek ter ondersteuning met uw vingers aan een vast onderdeel, bijvoorbeeld aan de vork of achtervork, maar niet aan de remschijf of spaak.

Controleren

In de eindpositie moet de hendel altijd loodrecht op de snelspanneras staan. De hendel mag aan de zijkant niet uitsteken. Hij moet zo aan het frame of de vork zijn gepositioneerd kan deze niet ongewild kan worden geopend. Tegelijk moet deze echter gemakkelijk bereikbaar en te bedienen zijn.

  1. 3. Controleer de zitting van de hendel door op het uiteinde van de gesloten hendel te drukken en te proberen om deze te verdraaien.. Als de hendel kan worden bewogen, open dan de hendel en verhoog de voorspanning.

Voorspanning verhogen

  1. Draai de klemmoer aan de andere zijde een halve draai linksom.
  2. Sluit de hendel en controleer de zitting opnieuw.
  3. Til vervolgens het loopwiiel een paar centimeter van de grond en geef een tikje bovenop de band.

Een goed bevestigd loopwiel blijft in de aspunten van het frame of de vork zitten en kleppert niet.

Opmerking:Diefstalbeveiliging

De snelspanners kunnen worden vervangen door een diefstalbeveiliging. Hiervoor is een speciaal gecodeerde sleutel op inbussleutel nodig.

Als je de snelspanners wilt vervangen door een diefstalbeveiliging, neem dan contact op met jouw MERIDA-specialist.

Steekas voorwiel demonteren

Voor de demontage van de steekas aan het voorwiel moeten de volgende gebruiksaanwijzingen van de fabrikanten van geveerde voorvorken worden nageleefd:

Onderhoud en zorg

Reinigen van de fiets

Nodige hulpmiddelen

  • Een waterslang
  • Een emmer
  • Neutrale zeep / een in de handel verkrijgbaar neutraal reinigingsmiddel
  • Een zachte borstel
  • Een zachte microvezeldoek

Werkwijze

  1. Bevochtig de fiets met een waterslang en reinig hem vervolgens boven naar onder met een zachte borstel en indien nodig met zeepwater.
  2. Spoel de fiets af en wrijf hem droog met een microvezeldoek.

Ketting smeren

Een correcte smering zorgt voor een soepele en stille loop van de ketting en verlengt de levensduur.

De ketting moet, afhankelijk van de vervuilingsgraad door aangekoekt vuil en olie, periodiek worden gereinigd. Je hebt geen speciaal kettingvet nodig.

Figuur 18. Smering van de ketting

Nodige hulpmiddelen

  • Een geschikt smeermiddel voor fietskettingen
  • Poetsdoeken

Werkwijze

  1. Kijk na of het elektrische systeem is uitgeschakeld.
  2. Hef het achterwiel iets op of hang de fiets op een montagestaander.
  3. Breng smeermiddel aan op de onderste helft van de ketting, op de kettingschakels die zichtbaar zijn. Hierdoor vermijd je dat het smeermiddel op de achtervork of op het loopwiel loopt.
  4. Draai de pedalen naar voor en breng druppelgewijs kettingolie aan op de binnenzijde van de ketting.
  5. Draai de ketting meerdere keren door.
  6. Laat de fiets een paar minuten staan om het smeermiddel de kans te geven in de ketting te lopen.
  7. Kuis het overtollige smeermiddel met poetsdoeken weg zodat het niet gaat wegspatten wanneer je de volgende keer met de fiets op pad gaat.

Onderhoudsplan

Het onderhoud omvat een volledige controle van alle onderdelen en componenten.

Na de eerst rit moet een nieuwe fiets grondig worden nagekeken.

Na

  • 100 tot 300 km rijden of
  • na 5 tot 10 uur rijtijd of
  • na vier tot zes weken
  • ten laatste na 3 maanden

moet je je fiets voor een eerste inspectie binnenbrengen bij je MERIDA-specialist.

De opgegeven tijdsaanduidingen zijn bedoeld als richtlijn bij een kilometerstand tussen 1.000 km en 2.000 km per jaar of tussen 50 uur en 100 uur rijtijd. Breng je fiets naar de specialist zodra aan de eerste van bovenstaande voorwaarden is voldaan.

Als je vaak op slechte wegstroken rijdt, moet je de onderhoudsintervallen omwille van het intensieve gebruik verkorten.

OnderdeelgroepOnderhoudsmaatregelInterval
Frames- Zichtcontrole op scheuren, barsten en beschadigingenVoor elke rit
 - Nagaan of alle schroeven vast zittenElke maand
Balhoofd- Controle op vlotte gang en spelingOm de zes maanden
 - Lager schoonmaken en smerenOm de zes maanden
 - Versleten lager vervangenIndien nodig
Achterframe- Zichtcontrole op speling en slijtageOm de zes maanden
 - Lager voorzichtig schoonmaken en smerenOm de zes maanden
 - Versleten lager vervangenIndien nodig
Vering (vork en schokdemper)- Dichtingen reinigen en smerenOm de zes maanden
 - Luchtdruk en demperinstellingen controlerenElke maand
 - Onderhoud olie vork en schokdemper (volgens de instructies van de fabrikant)Om de zes maanden
Loopwielen en banden- Bandendruk controleren en eventueel aanpassenVoor elke rit
 - Banden controleren op barsten en slijtage van het profielElke maand
 - Spanning van de spaken en eventueel slag in de loopwielen controlerenOm de zes maanden
Steekassen- Nagaan of alle steekassen goed vast zittenElke maand
 - Schroefdraad reinigen en licht insmerenOm de zes maanden
Aandrijving (ketting, cassette, kettingblad, schakelsysteem)- Ketting reinigen en smerenVoor elke rit / indien nodig
 - Schakelsysteem bijstellenOm de zes maanden
 - Ketting op slijtage controleren en eventueel vervangenOm de zes maanden
Trapaslager- Controleren op speling en knarsgeluidenOm de zes maanden
 - Demontage, reiniging en invetten (bij vastgeschroefde lagers)Jaarlijks
 - Bij perslift-lagers: vervangen bij slijtageIndien nodig
Remmen- Remblokken en remschijven controleren op slijtageElke maand
 - Remvloeistof vervangenJaarlijks
Verlichting- Controleren op goede werking (voor- en achterlicht)Elke maand

Deze onderhoudspunten kan je ook zelf nakijken als je een beetje handig bent en over geschikt gereedschap (zoals een momentsleutel) beschikt. Als bij de controle een probleem wordt opgemerkt, moeten meteen maatregelen worden genomen.

Je MERIDA-specialist zal je vakkundig bijstaan met al je vragen over de onderhoudsactiviteiten.

Wisselstukken

Wisselstukken kunnen worden besteld bij de MERIDA-specialist. De MERIDA-itemnummers zijn terug te vinden op de explosietekeningen.

Accessoires

Bagagedrager

Koppeling bagagedragerMIK
Standaard gemonteerde bagagedragerMA-10
Maximaal draagvermogen27 kg
HD Standaard gemonteerde bagagedragernee
Standaard gemonteerde bagagedrager vooraannee

Kinderstoeltje

De bagagedrager van eFLOAT CITY, eFLOAT TK, eFLOAT CC en eFLOAT HD zijn voorbereid voor een MIK HD. Via deze koppeling kan een kinderzitje dat is voorzien voor MIK HD-koppeling worden gemonteerd.

Opmerking:Kinderzitje bij eFLOAT HD

Bij een eFLOAT HD gebeurt de montage van het kinderzitje om de bagagedrager achteraan op de voorste van de twee MIK HD-klemmen.

Fleshouder

Flesgrootte0,75 l
Positie van de flesop de onderbuis
FIDLOCK-beugel ingebouwdnee

Zijstaander

Indien gewenst kan na aankoop een zijstaander worden gemonteerd op de bevestiging voor de zijstaander op de achtervork. De booropening bedraagt: 17 mm

Passende zijstaander voor montage achteraf: artikelnummer A2184000084.

Figuur 19. Zijstaander (boven)

Figuur 20. Zijstaander (onder)

Voor de eFLOAT CC-, TK- en HD-modellen is er eveneens een staander met twee poten. Het gaat om artikelnummer A2184000095.

Figuur 21. Staander met twee poten (boven)

Figuur 22. Staander met twee poten (onder)

Frameslot

Kijk voor elke rit na of het frameslot open is en de sleutel op het frameslot is verwijderd.

Technische specificaties

Maximale lengte van de vork en het afstandsstuk

De maximale vorklengte gemeten van de as tot de vorkkroon is 545 mm. Dit komt overeen met de afmetingen van gangbare verende voorvorken met een veerweg van 120 mm.

De afstandsstukken van de stuurbuis mogen maximaal 30 mm zijn.

Technische gegevens van het frame

 eFLOAT CC LeFLOAT CC
Max. wheelsize29x2.4" (w/o fender)29x2.4" (w fender)29x2.4" (w/o fender)29x2.4" (w fender)
max. chainring size  
max. chainring size - Shimano Di2  
max. chainring size - Shimano mechanical  
max. chainring size - SRAM eTAP AXS  
Chainline53 mm53 mm
max. small sprocket  
Maximum fork length545 mm545 mm
Headset upperZS56ZS56
Headset lower Rotation120°120°
Headset lowerZS66ZS66
Internal cable routing through WireportYesYes
internal cable routing shiftingYesYes
internal cable routing brakeYesYes
internal shock remote  
internal cable routing seat post remoteYesYes
external shifting  
external brake  
Di2 shifting ready  
Di2 shifting only  
internal front lightYesYes
internal rear lightYesYes
Brake Type Reardisc brake on chain staydisc brake on chain stay
Brake mounting and standard RearPost Mount 180 mm rear brakePost Mount 180 mm rear brake
max. rear brake rotor size203 mm203 mm
Brake Type FrontDepends on the fork specificationDepends on the fork specification
Brake mounting and standard FrontDepends on the fork specificationDepends on the fork specification
max. front brake rotor sizeDepends on the fork specificationDepends on the fork specification
Bottom bracket standard  
Seatpost diameter34,9 mm34,9 mm
Rear axle standardThru axle 12x148 mmThru axle 12x148 mm
Rear axle dimensions178.5mm, M12xP1.0, 13.5mm Thread length, Axle height 8.5mm178.5mm, M12xP1.0, 13.5mm Thread length, Axle height 8.5mm
Front axle standard--
Front derailleur standard  
Front derailleur cable pull  
ISCG05-Mount via adapter  
bottle cage mount (position/bottle size)Downtube: range extender or 0,75lTT: 0,75 lDowntube: range extender or 0,75lTT: size S 0,5l all others 0,75l
bottle cage mount w adapter (position/bottle size)  
tool mount 39mm (position)  
Kickstand mountAtran Velo Merida Custom 17mmAtran Velo Merida Custom 17mm
carrier mount frameMA012 and HD carrierMA012 and HD carrier
fender mount frameYesYes
fender mount fork  
frame lockYesYes
carrier mount fork  
front light mount on crown  
fork bottle cage mount 64mm  
Sattelite interface  
Battery interfaceBosch BES3 600Wh/800WhBosch BES3 600Wh/800Wh
Range extender interfaceOn downtubeOn downtube
Charging port interfaceBoschBosch
Motor interfaceBosch unfied frame interface V2Bosch unfied frame interface V2
Speedsensor mountInternal (Rim)Internal (Rim)
frame weight (size M, +/- 3%)4012 g4051 g
fork weight (+/- 3%)  
RD hangerSram UDHSram UDH

Explosietekening

De explosietekening kan via de volgende link worden gedownload in pdf-indeling.

Explosietekening

Figuur 23. Explosietekening

Recycling en afvoer

Je fiets en bijhorende componenten en accessoires mogen niet bij het gewone huisvuil worden afgevoerd

Het product werd in overeenstemming met de Europese Richtlijn 2012/19/EU van het Europese parlement en de Raad geclassificeerd als een elektrisch en elektronisch apparaat. De zogenaamde WEEE-richtlijn biedt het kader voor een EU-brede terugname en recycling van oude apparaten. Deze richtlijn stelt maatregelen vast ter bescherming van het milieu en de menselijke gezondheid, waarmee de schadelijke gevolgen van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur moeten worden voorkomen of verminderd.

Het symbool van de doorgestreepte vuilnisbak op elektrische en elektronische onderdelen, op de verpakking of op de bijgevoegde documenten betekent dat het product of onderdelen ervan niet bij het huishoudelijk afval mogen worden weggegooid en dat overtreding hiervan een boete voor gevolg kan hebben.

Neem voor een geplande verwijdering altijd contact op met de fabrikant of de specialist voor meer informatie over het inzamelings- en terugnamesysteem voor gebruikte elektrische en elektronische apparaten.

Volgens de Europese richtlijn 2006/66/EG – wet inzake de verwijdering van accu’s en batterijen – moeten defecte en gebruikte accu's/batterijen gescheiden worden ingezameld en op een milieuvriendelijke manier worden gerecycled.

Het is de verantwoordelijkheid van de exploitant om het gebruikte product op de juiste wijze af te voeren en te recyclen. Door de oude apparaten volgens de voorschriften af te voeren, worden het milieu en de volksgezondheid beschermd tegen mogelijke negatieve gevolgen. De recycling van materialen levert een belangrijke bijdrage tot de vermindering van het grondstoffenverbruik.

Opmerking:Recycling en afvoer!

Als je je fiets of onderdelen ervan moet afvoeren, neem dan contact op met je MERIDA-specialist. De afvoer van de accu / batterij moet gebeuren conform de richtlijn betreffende de afvoer en verwerking van accu’s en batterijen. Je MERIDA-specialist is verplicht om je oude accu / batterij terug te nemen en op correcte wijze af te voeren.

Conformiteitsverklaring

Figuur 24. Conformiteitsverklaring

Veiligheidsgegevensbladeren van de accu’s