Productoverzicht

Productoverzicht

Figuur 1. CROSSWAY
Tabel 1. Componenten
PositieEigenschap
1Voorbouw
2Stuur
3Remhendel
4Schakelhendel
5Balhoofd
6Veervork
7Remschijf
8Snelspanner / steekas
9Naaf
10Velg
11Ventiel
12Voorrem
13Pedaal
14Pedaalslinger
15Kettingblad
16Ketting
17Achterrem
18Schakelsysteem
19Cassette
20Zadelsteunklem
21Zadelpen
22Zadel
Tabel 2. Frames
PositieEigenschap
IBovenbuis
IIOnderbuis
IIIZadelbuis
IVAchtervork
VZitstang
VIStuurstang

Over deze handleiding

Deze gebruiksaanwijzing bevat belangrijke informatie en richtlijnen over de omgang met fietsen van MERIDA en om de fiets op een veilige wijze te gebruiken waarvoor deze is bedoeld. De handleiding biedt je een volledige voorstelling en beschrijving waardoor je in staat bent om je fiets veilig kunt gebruiken op de manier waarop dit is bedoeld.

Voor een veilig gebruik van je fiets is het belangrijk dat je alle veiligheidsinstructies en aanwijzingen in deze gebruiksaanwijzing opvolgt.

Opmerking: Volg deze handleiding voor een geschikt en veilig gebruik van het product. Bewaar dit document voor toekomstig gebruik tot het product op het einde van zijn leven wordt afgevoerd.

Pictogrammen

Verscheidene tekstattributen, schrijfwijzen en tekststructureringen verlichten het lezen van deze documenten.

De tekstattributen (markeringen) in het document hebben de volgende betekenis:

TekenBetekenis
Aanwijzing
Opsomming
1.Processtap

Veiligheidsrichtlijnen

In deze gebruiksaanwijzing worden veiligheidsinstructies vermeld vóór elke handeling waarbij het risico bestaat op letsel of materiële schade. De beschreven maatregelen om risico’s te vermijden moeten worden nageleefd.

De veiligheidsrichtlijnen en waarschuwingen in dit document bieden een overzicht van de gevaren en risico’s overeenkomstig ANSI Z535.6-2011 en de normenreeks ISO 3864.

Garantiebepalingen

Jouw fiets werd met bijzondere zorg geproduceerd en zal in normale omstandigheden door jouw MERIDA-dealer volledig geassembleerd en klaar voor gebruik worden afgeleverd.

Gedurende de eerste twee jaar na aankoop heb je het volle recht op de wettelijke garantie op nieuwe aankopen binnen de EU-lidstaten. Moest er een probleem zijn met jouw fiets, neem dan contact op met de MERIDA-specialist die voor jou de juiste contactpersoon is. Je moet voor dergelijke gevallen het aankoopbewijs kunnen voorleggen. Hou dit dus goed bij.

Voorwaarde voor de garantie, een lange levensduur en duurzaamheid van je fiets is dat je je fiets alleen gebruikt waarvoor hij bedoeld is en dat je de volgende punten in acht neemt:

  • Bedoeld gebruik
  • Voor de eerste rit
  • Toegelaten totaalgewicht
    • Het maximale gewicht geldt inclusief bestuurder, fiets, de uitrusting, de bagage en de aangebouwde delen en accessoires.
  • Houd de aangegeven aanhaalkoppel van de schroeven aan.
  • Houd de aangegeven onderhoudsintervallen aan.
  • Gebruik uitsluitend originele wisselstukken en toebehoren.

Aanwijzingen met betrekking tot slijtage

Opmerking: Accessoires kunnen de eigenschappen van een fiets sterk beïnvloeden. Praat met jouw MERIDA-dealer als je vragen hebt of je onzeker voelt.

Sommige onderdelen van jouw fiets zijn door hun functie onderhevig aan slijtage en moeten bij het bereiken van de slijtagegrens worden vervangen or regelmatig worden onderhouden:

ketting, remblokken, remvloeistof, remschijven, remleidingen, dichtingen van veerelementen, lager van de achterbouw, naven en stuurpen, lak en decoraties, grepen, kettingbladen, bescherming van de achtervork, banden en slangen, tandwiel, zadelbekleding, rollengeleiders, smeermiddelen.

Garantie van jouw fiets

Vanaf de datum van verkoop aan de eerste koper geldt de volgende fabrieksgarantie die verder gaat dan de wettelijke garantie:

  • Levenslange garantie bij framebreuk voor alle frame-elementen
  • 2 jaar bij bedoeld gebruik: Garantie voor starre vorken en frames
  • 2 jaar op alle MERIDA-componenten
  • Wettelijke garantie voor lakwerk en ondergelakte decoraties

Bij een garantiegeval behoudt MERIDA zich het recht voor om het eventuele volgende model in de beschikbare kleur te leveren. Indien niet beschikbaar wordt het duurdere model geleverd.

De garantie voor schokdempers, verende voorvorken en andere merkaccessoires wordt niet door MERIDA behandeld, maar door de nationale distributeurs van de onderdelenfabrikanten.

Opmerking: In elk geval is de MERIDA-specialist jouw eerste gesprekspartner.

Fabrieksgarantie

De fabrieksgarantie geldt alleen voor de eerste koper op vertoon van het aankoopbewijs, waarop de aankoopdatum, het adres van de specialist, het model en het framenummer moeten zijn vermeld.

De garantie is exclusief arbeids- en transportkosten en geldt niet voor gevolgschade veroorzaakt door het defect.

Wedstrijden zijn toegestaan binnen de betreffende gebruikscategorie.

Uitgesloten zijn schade als gevolg van:

  • slijtage
  • slecht onderhoud
  • een val of ongeval
  • overbelasting door een te zware lading
  • slechte montage en behandeling
  • aanbouw van of aanpassing door extra componenten

Om een lange levensduur en duurzaamheid van de componenten te garanderen, moeten de montagevoorschriften van de fabrikant, de voorgeschreven onderhoudsintervallen worden nageleefd en moeten veiligheidsrelevante onderdelen regelmatig worden vervangen.

Bedoeld gebruik

Jouw fiets is bedoeld om één persoon op de openbare weg, rondwegen en verharde wegen te vervoeren. Hij mag alleen worden gebruikt waarvoor deze is bedoeld en overeenkomstig de instructies van de fabrikant. Het toegelaten totaalgewicht bestaande uit gewicht van de fiets, fietser en bagage moet worden nageleefd. Gebruik dat verder gaat dan het beoogde doel, zoals stunts, sprongen, wedstrijden, rijden op extreem terrein of technische aanpassingen, wordt beschouwd als oneigenlijk gebruik. Het gebruik volgens de voorschriften is een voorwaarde voor de veiligheid, het behoud van garantie- en aansprakelijkheidsclaims en de correcte werking van de fiets.

Niet bedoeld gebruik

Niet bedoeld gebruik is gebruik buiten de categorie waartoe de fiets behoort volgens de DIN EN 17406-gebruiksclassificatie voor fietsen.

Bovendien geldt het volgende ook als niet bedoeld gebruik:

  • het vervangen, gebruiken en monteren van niet toegelaten componenten
  • montage van een verbrandings- of elektromotor
  • elke reparatie aan onderdelen in carbon
  • de mechanische wijziging van bestaande onderdelen (slijpen, vijlen, boren...)
  • het verwijderen van veiligheidscomponenten (bijv. reflectoren) of bevestigingsmiddelen
  • het boosten van het vermogen (tunen)

Categorie 2 CROSS

De MERIDA-fietsen van Categorie 2 CROSS zijn bedoeld voor gebruik op een vaste ondergrond zoals geasfalteerde wegen en fietspaden of voor veldwegen met fijne kiezel, zand of een andere zanderige ondergrond met een beperkt aantal hobbels en putten. Hierbij is goed mogelijk dat het contact met de oneffen ondergrond wordt onderbroken en de banden het contact met de bodem verliezen. Het sporadisch afrijden van een stoeprand of een trede en sprongen van een beperkte hoogte tot 15 cm is toegestaan.

Typische snelheid: Tussen 15 km/uur en 35 km/uur.

Voor MERIDA-fietsen van categorie 2 geldt een levenslange garantie.

Maximaal totaalgewicht: 135 kg

Transport

Jouw fiets werd met bijzondere zorg geproduceerd en zal in normale omstandigheden door jouw MERIDA-specialist volledig geassembleerd en klaar voor gebruik worden afgeleverd.

Transport met het voertuig

Jouw fiets kan aan of in een voertuig worden getransporteerd.

  • Let er altijd op dat de fiets veilig is bevestigd aan of in het voertuig en controleer regelmatig of jouw fiets nog goed is bevestigd.
  • Verwijder alle hindernissen en afneembare accessoires op de bagagedragers.
  • Verwijder ook het kinderstoeltje als dit is bevestigd.

Volg de transportvoorwaarden van de fabrikant van de fietsendrager.

Voor je meerdere fietsen vervoert op een fietsendrager, moet je nagaan wat het toegelaten laadvermogen van de fietsendrager is en hoe hoog de daklast of de kogeldruk van de trekhaak is.

Zorg ervoor dat alle beweegbare en losse delen en het bedieningselement van de fiets is verwijderd en veilig in het voertuig is opgeborgen.

Verschillen tussen landen in de aanduidingen voor het vervoer van fietsen:

Informeer je over de transportvoorschriften voor fietsen in de landen die je bezoekt.

Opslag

Kortdurende opslag

Als je je fiets tijdens het seizoen regelmatig onderhoudt, hoef je geen speciale maatregelen te nemen.

Bewaar je fiets op een droge, goed geventileerde plek.

Langdurige opslag

Als de fiets langdurig wordt weggeborgen verliezen de binnenbanden na verloop van tijd lucht. Als de fiets langere tijd op platte banden staat, dan er schade optreden aan het rubber. Hang daarom de wielen of de hele fiets op of controleer de bandenspanning regelmatig.

Maak je fiets schoon en bescherm de fiets tegen corrosie. Speciale zorgmiddelen zijn verkrijgbaar bij jouw MERIDA-specialist.

Voor de eerste rit

Wanneer je je fiets bij een erkende MERIDA-dealer ophaalt, is deze al rijklaar gemaakt om een veilige werking te garanderen. Jouw MERIDA-dealer heeft een eindcontrole uitgevoerd en maakte een proefrit.

Controleer of de schroeven vast zitten

Om de bedrijfszekerheid van jouw fiets te waarborgen moeten alle schroeven van de onderdelen zorgvuldig worden vastgedraaid. Dit moet voor de eerste rit en verder regelmatig worden gecontroleerd.

Gebruik hiervoor een momentsleutel waarvoor de correcte aanhaalkoppels voor de schroeven kunnen worden ingesteld. Werk van onder naar boven halve Newtonmeter (Nm) naar het voorgeschreven maximale aanhaalkoppel toe en controleer bij elke stap steeds of het onderdeel goed vastzit. Overschrijd nooit het door de fabrikant aangegeven maximale aanhaalkoppel.

Voor onderdelen waarvoor geen melding wordt gemaakt van het aanhaalkoppel, start je met 2 Nm.

Instellen van de zadelhoogte

Bij een fiets met een rechte bovenbuis moet er minimaal 25 mm ruimte zijn tussen jezelf en de bovenbuis wanneer je over de fiets staat.

Bepalen van de zadelhoogte

Om de zadelhoogte aan te passen, ga je als volgt tewerk:

  1. Neem plaats op het zadel.
  2. Zorg ervoor dat de zadelsteun op de hoogste stand staan.
  3. Plaats de rechterhiel op het onderste pedaal. Je rechterbeen moet hierbij licht gebogen zijn.
    • Als het been te sterk is gebogen, moet je de zadelsteun naar boven schuiven.
    • Als je niet aan het pedaal kan, schuif dan de zadelsteun naar onder.

Zadelsteun instellen

Om de voor jou passende zithoogte in te stellen, maak je de snelspanner of de zadelsteunklem los aan het bovenste uiteinde van de zadelbuis.

Zadelsteunklemmen losmaken

  1. Draai met een geschikt gereedschap, bijv. een inbussleutel, de klemschroef twee tot drie keer tegen wijzerzin om.
  2. Draai de zadelsteunen tot op de passende hoogte en zet de klemschroeven weer vast. Trek de zadelsteun hierbij niet hoger dan de markeringen die op de schacht zijn aangebracht (einde, minimum, maximum, stop, limiet enz.).

  1. Vet het gedeelte van de aluminiumsteun die in de zadelbuis wordt geschoven in.

Zadelsteun vastklemmen

  1. Zet het zadel recht door de punt van het zadel op de trapasbehuizing of langs de bovenbuis te richten.
  2. Klem de zadelsteun vast.
  3. Sluit de snelspanner of draai de klemschroef van de zadelsteun vast met het aanhaalkoppel dat op de klemschaal is vermeld.
  4. Hou het zadel met beide handen vooraan en achteraan vast en probeer het zadel te draaien om na te gaan of de zadelsteun goed vast zit.
  5. Als het zadel kan worden gedraad moet je de klemschroef van de zadelsteun nog een keer voorzichtig een halve draai vaster draaien. Controleer daarna opnieuw of het zadel vast zit.

Controle van het zadel en de zadelsteun

  1. Controleer of het zadel goed is uitgelijnd en op één lijn staat met de bovenbuis.
  2. Controleer of de zadelpen of -klem goed vast zit om te vermijden dat het zadel kan draaien, kippen of verschuiven tijdens de rit.

Controle van de vrije loop van de band

De diameter en de breedte van de originele loopwielen en -banden werden zo gekozen dat er tussen de het draaiende loopwiel met banden en frame, de vork en de andere componenten altijd voldoende vrije ruimte is. Elke wijziging aan de loopwielen of banden kan deze vrije loop in het gedrang brengen. Banden die meteen worden gekenmerkt als hebbende een gelijke grootte, kunnen een verschillende breedte hebben wanneer ze zijn opgespannen en opgepompt en op de fiets zijn gemonteerd. De gecontroleerde vrije loop van de band geldt voor een gemonteerde en opgepompte band, ook wanneer reservebanden eenzelfde grootte hebben als de banden die moeten worden vervangen.

De afstand tussen een degelijk opgepompte band en de andere delen van de fiets moet in de regel minimaal 6 mm bedragen. Houd altijd voldoende afstand tussen de draaiende velg met band en het frame, de vork en andere onderdelen. Controleer het frame en de vork regelmatig op beschadigingen en de omgeving van het loopwiel op eventuele vreemde voorwerpen of hindernissen.

Figuur 2. Vrije loop aan het voorwiel

Figuur 3. Vrije loop aan het achterwiel

Tijdens het fietsen mogen de banden de vork, het frame of andere onderdelen niet raken wanneer een veerelement volledig is ingedrukt of wanneer de wielen door zijdelingse krachten worden vervormd. Bij een verende voorvork moet de band ook bij volledig ingedrukte vork een minimale afstand aanhouden tot de vorkkroon.

Snelspanner controleren

In de eindpositie moet de snelspanner altijd loodrecht op de snelspanneras staan. Deze mag zijdelings niet uitsteken. De hendel moet op zodanige wijze aan het frame of de vork zijn bevestigd dat deze niet ongewild open gaat maar ook gemakkelijk vast te nemen is en snel kan worden bediend.

Figuur 4. Snelspanner

  1. Probeer de gesloten hendel van de snelspanner te verdraaien.
  2. Als de hendel beweegt: Open de snelspanner en verhoog de voorspanning. Ga als volgt tewerk:
    1. Draai de klemmoer aan de andere zijde van de hendel een halve draai rechtsom.
    2. Sluit de hendel en probeer opnieuw om de snelspanner te verdraaien.

  1. Til het loopwiel een paar centimeter van de grond en geef een tikje bovenop de band. Een goed bevestigd loopwiel blijft in de aspunten van het frame of de vork zitten en kleppert niet.

Schijfremmen inremmen

Nieuwe schijfremmen moeten worden ingeremd. Het inremmen helpt om een constante en krachtige remprestatie en een geruisarm remmen onder de meeste rijomstandigheden te garanderen. Neem contact op met je MERIDA-specialist als de effectiviteit van je rem afneemt of het drukpunt ongelijk wordt.

  1. Ga zitten op zadel en maak snelheid met de fiets op een vlakke en rechte weg tot je een matige snelheid hebt bereikt.
  2. Trek dan krachtig aan de remhendels tot je de stapsnelheid hebt bereikt. Herhaal deze procedure twintig keer.
  3. Ga zitten op zadel en maak snelheid met de fiets op een vlakke en rechte weg tot je een hoge snelheid hebt bereikt.
  4. Trek dan krachtig aan de remhendels tot je de stapsnelheid hebt bereikt. Herhaal deze procedure tien keer.
  5. Laat de remmen afkoelen voor je verder fietst.

Tubeless banden monteren

Heel wat fietsen zijn voorzien van velgen en banden die zonder binnenband kunnen worden gebruikt. Binnenbandloze velgen en banden hebben een speciaal velg- en bandenrandprofiel die bij een correcte montage zorgen voor een luchtdichte afsluiting.

Er bestaan verschillende uitvoeringen tubeless banden. Voor een goede tubeless-instelling is het mogelijk dat extra componenten moeten worden voorzien. Afhankelijk van het gebruik van de nodige componenten kunnen geschikte velgen de vermelding “Tubeless-compatibel“ of "Tubeless-Ready“ (TLR) dragen. Lees de richtlijnen van de velgenproducent zorgvuldig door om na te gaan welke extra componenten nodig zijn om je fiets om te bouwen naar een tubeless setting en voor het onderhoud ervan.

Tubeless velgen zijn verkrijgbaar met een groot aantal profielen, die van invloed kunnen zijn op het type tubeless band dat op de velg kan worden gemonteerd. Producenten van velgen kunnen een velg bijvoorbeeld een haakvelg of een haakloze velg noemen, afhankelijk van het feit of er al dan niet een haakvormig uitsteeksel aanwezig is aan de velgrand. Ook het profiel van tubeless banden verschilt per fabrikant. Gezien het brede aanbod aan tubeless banden en velgen varieert de compatibiliteit van tubeless banden met verschillende soorten tubeless velgen aanzienlijk.

  • Gebruik alleen tubeless banden die door de velg- of bandenfabrikant uitdrukkelijk zijn vrijgegeven voor gebruik met de velgen van je fiets.
  • De handleidingen van de velg- en bandenproducenten moet voor montage zorgvuldig worden doorgenomen.
  • Voor vragen betreffende de compatibiliteit van tubeless banden en -velgen kan je terecht bij jouw MERIDA-dealer.

De montage van tubeless banden op tubeless velgen vereisen bijzondere kennis, vaardigheid en gereedschap. Voor een tubeless setup moeten eventueel extra onderdelen zoals velglint, ventielinzetstukken, afdichtmiddel en tubeless-compatibele banden worden gemonteerd.

Bandbreedte en velgbreedte / velgdiameter

Velgen en banden zijn in diverse diameters en breedtes verkrijgbaar. De nominale diameter van de velg (1) moet overeenstemmen met de nominale diameter van de band (2) en de breedte van de velg (3) moet overeenstemmen met de breedte van de band (4).

Figuur 5. Afmetingen van de velgen

Figuur 6. Afmetingen van de banden

Pedalen monteren

De pedaal zijn voorzien van een rechtse of een linkse schroefdraad. De pedalen zijn aan montagezijde gemarkeerd met een “R” of een “L”.
  1. Schuif de beide meegeleverde inlegschijfjes op de beide pedaalassen.


  2. Draai de linkerpedaal tegen wijzerzin in de schroefdraad van de linker pedaalslinger.
  3. Draai de pedaal met een aanhaalkoppel van 35 Nm vast.


  4. Draai de linkerpedaal tegen wijzerzin in de schroefdraad van de rechter pedaalslinger.
  5. Draai de pedaal met een aanhaalkoppel van 35 Nm vast.


De wettelijke voorschriften van de nationale verkeersregels in acht nemen

Wettelijke voorschriften

Als je met je fiets wilt deelnemen aan het openbaar straatverkeer, moet deze voldoen aan alle wettelijke voorschriften.

Nederland:

In Nederland worden de vereiste uitrustingen voor het openbaar wegverkeer geregeld in de Nederlandse verkeerswet (Wegenverkeerswet 1994 WVW). De volgende uitrusting moet voorzien zijn:

BetekenisBijzondere richtlijnen
Een wit voorlicht en een witte reflector

Het voorlicht moet zo zijn afgesteld dat de andere verkeerdeelnemers niet worden verblind.

Lichten en reflectoren mogen niet worden afgedekt.

Rood achterlicht en rode reflectorDe voor- en achterlichten en reflectoren moeten vanaf de schemering, ‘s nachts en telkens wanneer vereist omwille van de beperkte zichtbaarheid worden ingeschakeld. De lichten en reflectoren moeten tijdens het gebruik vast zijn aangebracht en tegen ongewild verschuiven onder normale omstandigheden zijn verankerd en altijd bedrijfsklaar zijn.
PedaalreflectorenBeide pedalen moeten beschikken over naar voor en achter gerichter gele reflectoren.
Spaakreflectoren

In het voor- en achterwiel moeten telkens twee spaakreflectoren zijn aangebracht.

Alternatief: Banden met reflecterende strook of spaaksticks aan elke spaak.

Voor België:

Voor België gelden de regels van de Wegcode (Wegverkeerswet van 16 maart 1968 - www.wegcode.be).

BetekenisBijzondere richtlijnen

Wit voorlicht

Rood achterlicht

Voor- en achterlicht kunnen vast zijn aangebracht of afneembaar zijn.

Voor- en achterlicht moeten worden ingeschakeld zodra de zichtbaarheid dit vereist en moeten’s nachts bij goed weer vanop minimaal 100 m zichtbaar zijn.

Voor- en achterlichten mogen andere verkeersdeelnemers niet verblinden.

Lichten en reflectoren mogen niet worden afgedekt.

Witte reflector

Rode reflector

Er moet ten minste een naar voor en naar achter gerichte reflector zijn voorzien met een licht reflecterend oppervlak van minimaal 10 cm². De reflectoren moeten ‘s nachts minimaal 100 meter ver terugstralen in het grootlicht van een motorvoertuig.

PedaalreflectorenDe pedalen moeten vooraan en achteraan zijn voorzien van een reflector met een minimale oppervlakte van 5 cm². Dit geldt niet voor rennerspedalen, veiligheidspedalen en dergelijke.

Oostenrijk:

Voor deelname aan het openbare wegverkeer in Oostenrijk moet worden voldaan aan de Oostenrijkse wegcode. Deze zijn terug te vinden op de website van de Oostenrijkse overheid.

BetekenisBijzondere richtlijnen
Een wit voorlicht en een witte reflector

Het voorlicht moet zo zijn afgesteld dat de andere verkeerdeelnemers niet worden verblind.

Lichten en reflectoren mogen niet worden afgedekt.

Rood achterlicht en rode reflectorDe voor- en achterlichten en reflectoren moeten vanaf de schemering, ‘s nachts en telkens wanneer vereist omwille van de beperkte zichtbaarheid worden ingeschakeld. De lichten en reflectoren moeten tijdens het gebruik vast zijn aangebracht en tegen ongewild verschuiven onder normale omstandigheden zijn verankerd en altijd bedrijfsklaar zijn.
PedaalreflectorenBeide pedalen moeten beschikken over naar voor en achter gerichter gele reflectoren.
Spaakreflectoren

In het voor- en achterwiel moeten telkens twee spaakreflectoren zijn aangebracht.

Alternatief: Banden met reflecterende strook of spaaksticks aan elke spaak.

Inspectie voor elke rit

Voor je gaat fietsen moet deze worden onderworpen aan een veiligheidskeuring, ideaal gesproken op een vlakke ondergrond en buiten het verkeer.

Controle op vastheid van de onderdelen

  1. Controleer alle schroeven op vastheid, correcte aansluiting en correcte vergrendeling.
  2. Controleer snelspanners, steekassen, schroefverbindingen aan het voor- en achterwiel en andere onderdelen.
  3. Controleer de stekkerverbindingen van de accu het bedieningspaneel en display en de aandrijving.
  4. Controleer de accu in zijn houder en de vergrendeling

Laat je fiets van een beperkte hoogte op de grond botsen. Ga eventueel de oorsprong van klapperende geluiden na. Controleer eventueel de lagers, schroefverbindingen en de correcte plaatsing van de accu.

Werking van de remmen controleren

  1. Doe bij stilstand een remtest waarbij je de remhendel krachtig tegen het stuur aan drukt en de volledige remkracht gebruikt.
  2. Controleer of de voorwielrem goed werkt. Doe dit door langzaam met de fiets te rijden en de voorwielrem aan te trekken. De fiets zou meteen moeten stoppen.
  3. Herhaal deze procedure ook voor de achterrem.

Het drukpunt moet meteen stabiel zijn. Als je pas na meerdere keren bedienen van de remhendel een stabiel drukpunt voelt, moet je je fiets onmiddellijk laten controleren door je MERIDA-specialist.

Stuur controleren

Figuur 7. Stuurhoek

  1. Kijk na of het stuur in een positie van 90° staat ten overstaan van het voorwiel.
  2. Controleer of het stuur goed vast zit, zodat het tijdens de rit niet scheef gaat zitten waardoor je kan vallen.
  3. Zorg ervoor dat er tijdens het sturen geen kabels strak komen te staan of vast kunnen komen te zitten.
  4. Kijk na of de grepen nog goed vast zitten en in de juiste stand staan. Als de grepen los zitten of scheuren, sneden of afgebroken delen bevatten, moet je ze vervangen of moeten ze door een MERIDA-specialist worden vervangen.
  5. Ga na of de uiteinden van het stuur en ander opzetstukken met stoppen zijn afgesloten. Als de eindstoppen van het stuur beschadigd zijn, vervang ze dan door nieuwe.
  6. Let er bij sturen met opzetstukken aan het uiteinde van het stuur op dat deze volgens de voorschriften van de fabrikant voor sturen en opzetstukken zijn vastgeklemd.
  7. Zorg er bovendien voor dat het stuur, de opzetstukken, grepen en rem- en versnellingshendels correct zijn bevestigd en dat de fiets veilig kan worden gebruikt, dit betekent dat je onbelemmerd moet kunnen sturen, remmen en schakelen.

Loopwielen controleren

  1. Controleer de spaken en velgen
    1. Controleer de spaken en velgen op beschadigingen.
  2. Controleer de vrije loop en de vaste verankering in het frame
    1. Draai aan het voorwiel, het moet zonder zijslag in de vork draaien zonder andere bouwdelen aan te raken.
    2. Draai aan het achterwiel, het moet zonder zijslag in de vork draaien zonder andere bouwdelen aan te raken.
    3. Controleer of de assen in uitvaleinden stevig vast zitten.
    4. Til je fiets op en sla met je vuist op de banden. Het loopwiel mag er niet uitvallen, goed vast blijven zitten en niet zijdelings bewegen.
  3. Controleer de zelfspanner
    1. Ga na of de hendel correct is gepositioneerd en dichtklapt is wanneer je fiets is voorzien van een snelspanner.
    2. Let erop dat de snelspanner de volgende delen niet raakt: Vork, aanbouwdelen, spaken of remsystemen.

  1. Controleer de bandendruk
    1. Controleer met behulp van een racepomp met manometer of de banden nog voldoende druk hebben.
    2. Pomp de banden altijd op rekening houdend met de meldingen op de zijkant van de band of de velg.

Opmerking: Banden waarbij het profiel te klein is geworden of waarvan de flanken broos zijn, vormen een groot risico op ongevallen en vallen. De binnenzijde van de band kan beschadigd zijn als er vuil of vocht is binnengetreden.

  1. Controleer de slijtage van de band.
    1. Controleer de slijtage van de band aan je fiets.
    2. Vervang ze indien nodig.
  2. Controleer de ventielen
    1. Controleer of de ventielen rechtop staan, schade aan de bandrand kan leiden tot een klapband.

Controle van het zadel en de zadelsteun

  1. Controleer of het zadel goed is uitgelijnd en op één lijn staat met de bovenbuis.
  2. Controleer of de zadelpen of -klem goed vast zit om te vermijden dat het zadel kan draaien, kippen of verschuiven tijdens de rit.

Na een val of botsing

Onderzoek het frame en de componenten op schade en fiets niet verder als je schade vaststelt!

De volgende componenten en functies moeten worden nagekeken:

Frame en geveerde voorvork

Opmerking: Frames en vorken uit carbon zijn bijzonder stijf en belastbaar. Bij een overbelasting of schokken tegen het materiaal buigen de carbonvezels niet, ze breken af. Bij een voldoende sterke schok kan dit schade veroorzaken aan het materiaal die niet meteen zichtbaar is maar na verloop van tijd kan leiden tot materiaalbreuk.
  1. Controleer of het frame of de geveerde voorvork niet gebroken of gebogen is.
  2. Als je fiets voorzien is van een carbonframe, controleer dan het carbonframe op scheuren of zwakke punten.

Schakelsysteem en loopwielen

  1. Controleer het schakelsysteem door naar alle versnellingen te schakelen en vast te stellen dat alles vlot verloopt zonder haperingen of speciale geluiden.
  2. Controleer de loopwielen door eraan te draaien en te kijken of er geen zijdelingse slag is, een slepende rem of losse spaken. Let ook op een eventueel speling met de as.
Opmerking: Als je aan een van deze onderdelen ook maar de minste schade ziet, fiets dan niet meer verder!

Ook als je geen schade hebt vastgesteld moet je, terwijl je verder fietst, bijzonder voorzichtig zijn en letten op ongewone geluiden van je fiets. Deze kunnen wijzen op schade of andere problemen met je fiets. Fiets in geen geval verder als je ongewone geluiden vaststelt.

Bij twijfel over de toestand van het materiaal na een val of een ongeval moet je je absoluut melden bij jouw MERIDA-specialist. Veel gevolgen van een val of een ongeval kunnen vaak alleen worden vastgesteld wanneer de fiets volledig uit elkaar wordt gehaald en een grondige controle wordt uitgevoerd op barsten en scheuren of andere tekenen van schade.

Montage / demontage van het loopwiel

Snelspanner

Voor het snelle schakelen en montage/demontage zijn aan jouw pedelec snelspanners aangebracht. De snelspanner bestaat uit twee bedieningselementen:

  • De hendel zet de sluitbeweging via een extender om in klemkracht.
  • Met de klemmoer aan de andere kant wordt de voorspanning op een schroefdraadstang van de snelspanneras ingesteld.

Snelspanner openen

  1. Draai de hendel van de snelspanner linksom tot de melding “Open” zichtbaar is.
  2. Draai de klemmoer linksom om de snelspanner verder los te maken.
De positie van het loopwiel kan worden bijgesteld. Het loopwiel kan worden weggenomen.

Snelspanner sluiten

Opmerking: Bij de start van de sluitbeweging tot de helft van de loopweg moet de hendel zeer gemakkelijk te bedienen zijn. In de tweede helft van de sluitbeweging moet de hefkracht duidelijk toenemen. De hendel kan tegen het einde van de beweging moeilijk de bewegen zijn.
Draai de hendel van de snelspanner in de klempositie tot de melding “Close” zichtbaar is. Gebruik de knoop van je duim en trek met je vingers aan een vast onderdeel, bijvoorbeeld aan de vork of de achtervork, om steun te krijgen.
De snelspanner is gesloten.

Snelspanner controleren

In de eindpositie moet de snelspanner altijd loodrecht op de snelspanneras staan. Deze mag zijdelings niet uitsteken. De hendel moet op zodanige wijze aan het frame of de vork zijn bevestigd dat deze niet ongewild open gaat maar ook gemakkelijk vast te nemen is en snel kan worden bediend.

Figuur 8. Snelspanner

  1. Probeer de gesloten hendel van de snelspanner te verdraaien.
  2. Als de hendel beweegt: Open de snelspanner en verhoog de voorspanning. Ga als volgt tewerk:
    1. Draai de klemmoer aan de andere zijde van de hendel een halve draai rechtsom.
    2. Sluit de hendel en probeer opnieuw om de snelspanner te verdraaien.

  1. Til het loopwiel een paar centimeter van de grond en geef een tikje bovenop de band. Een goed bevestigd loopwiel blijft in de aspunten van het frame of de vork zitten en kleppert niet.

Onderhoud en zorg

Reinigen van de fiets

Nodige hulpmiddelen

  • Een waterslang
  • Een emmer
  • Neutrale zeep / een in de handel verkrijgbaar neutraal reinigingsmiddel
  • Een zachte borstel
  • Een zachte microvezeldoek

  1. Bevochtig de fiets met een waterslang en reinig hem vervolgens boven naar onder met een zachte borstel en indien nodig met zeepwater.
  2. Spoel de fiets af en wrijf hem droog met een microvezeldoek.

Ketting smeren

Een correcte smering zorgt voor een soepele en stille loop van de ketting en verlengt de levensduur. De ketting moet, afhankelijk van de vervuilingsgraad door aangekoekt vuil en olie, periodiek worden gereinigd. Je hebt geen speciaal kettingvet nodig.

Figuur 9. Ketting smeren

Je hebt een geschikt smeermiddel voor fietskettingen en een vod nodig.

  1. Breng smeermiddel aan op de onderste helft van de ketting, op de kettingschakels die zichtbaar zijn. Hierdoor vermijd je dat het smeermiddel op de achtervork of op het loopwiel loopt.

  1. Draai de pedalen naar achter en breng druppelgewijs kettingolie aan op de binnenzijde van de ketting.
  2. Draai de ketting meerdere keren door.
  3. Laat de fiets een paar minuten staan om het smeermiddel de kans te geven in de ketting te lopen.
  4. Kuis het overtollige smeermiddel met poetsdoeken weg zodat het niet gaat wegspatten wanneer je de volgende keer met de fiets op pad gaat.

Onderhoudsplan

Het onderhoud omvat een volledige controle van alle onderdelen en componenten. Na de eerst rit moet een nieuwe fiets grondig worden nagekeken.

Je moet je MERIDA-fiets voor een eerste inspectie afleveren bij een MERIDA-dealer, zodra een van onderstaande omstandigheden is bereikt:

  • 100 tot 300 km gereden
  • na 5 tot 10 uur rijtijd
  • na 4 tot 6 weken
  • ten laatste na 4 maanden

De opgegeven tijdsaanduidingen zijn bedoeld als richtlijn bij een kilometerstand tussen 1000 km en 2000 km per jaar of tussen 50 uur en 100 uur rijtijd. Breng je fiets naar de specialist zodra aan de eerste van bovenstaande voorwaarden is voldaan.

Als je vaak op slechte wegstroken rijdt, moet je de onderhoudsintervallen omwille van het intensieve gebruik verkorten.

OnderdeelgroepOnderhoudsmaatregelInterval
FramesZichtcontrole op scheuren, barsten en beschadigingenVoor elke rit
 Nagaan of alle schroeven vast zittenElke maand
BalhoofdControle op vlotte gang en spelingOm de zes maanden
 Lager schoonmaken en smerenOm de zes maanden
 Versleten lager vervangenIndien nodig
AchterframeZichtcontrole op speling en slijtageOm de zes maanden
 Lager voorzichtig schoonmaken en smerenOm de zes maanden
 Versleten lager vervangenIndien nodig
Vering (vork en schokdemper)Dichtingen reinigen en smerenOm de zes maanden
 Luchtdruk en demperinstellingen controlerenElke maand
 Onderhoud olie vork en schokdemper (volgens de instructies van de fabrikant)Om de zes maanden
Loopwielen en bandenBandendruk controleren en eventueel aanpassenVoor elke rit
 Banden controleren op barsten en slijtage van het profielElke maand
 Spanning van de spaken en eventueel slag in de loopwielen controlerenOm de zes maanden
SteekassenNagaan of alle steekassen goed vast zittenElke maand
 Schroefdraad reinigen en licht insmerenOm de zes maanden
Aandrijving (ketting, cassette, kettingblad, schakelsysteem)Ketting reinigen en smerenVoor elke rit / indien nodig
 Schakelsysteem bijstellenOm de zes maanden
 Ketting op slijtage controleren en eventueel vervangenOm de zes maanden
TrapaslagerControleren op speling en knarsgeluidenOm de zes maanden
 Demontage, reiniging en invetten (bij vastgeschroefde lagers)Jaarlijks
 Bij perslift-lagers: vervangen bij slijtageIndien nodig
RemmenRemblokken en remschijven controleren op slijtageElke maand
 Remvloeistof vervangenJaarlijks
VerlichtingControleren op goede werking (voor- en achterlicht)Elke maand

Deze onderhoudspunten kan je ook zelf nakijken als je een beetje handig bent en over geschikt gereedschap (zoals een momentsleutel) beschikt. Als bij de controle een probleem wordt opgemerkt, moeten meteen maatregelen worden genomen.

Je MERIDA-specialist zal je vakkundig bijstaan met al je vragen over de onderhoudsactiviteiten.

Bagagedrager

Er kan een bagagedrager worden gemonteerd op jouw fiets. Dankzij de bevestigingspunten op het frame kan een universele bagagedrager worden gemonteerd, bijvoorbeeld de MERIDA UNIVERSAL.

Fleshouder

Flesgrootte0,75 l
Positie van de flesop de onderbuis
FIDLOCK-beugel ingebouwdnee

Zijstaander

Indien gewenst kan na aankoop een zijstaander worden gemonteerd op de bevestiging voor de zijstaander op de achtervork. De booropening bedraagt 40 mm.

EQ-kit

Voor CROSSWAY is een speciale EQ-kit beschikbaar die bestaat uit de volgende onderdelen:

  • Voorste spatbord
  • Achterste spatbord
  • Bagagedrager
  • Achterlicht

Voorste spatbord monteren



  1. Monteer beide bevestigingsadapters aan de vork en schroef deze vast tot 1-2 Nm met een steeksleutel van 11 mm.




  2. Plaats de steunen in de bevestigingsadapters.


  3. Leg de geborgen plaat langs boven aan de buitenzijde van het spatbord en de steun. Leg de vlakke plaat aan de binnenzijde op het spatbord.
  4. Verbind de platen en het spatbord met de schroeven en trek ze vast met een inbussleutel van 3 mm.
  5. Bevestig het spatbord met een inbussleutel van 4 mm aan de vorkkroon.


  6. Schuif de schroefhulsen op de steunen en leid deze in de bevestigingsadapter.


  7. Draai de schroefhulsen handvast.


  8. Controleer de vrije loop van de voorrem.

Achterste spatbord en bagagedrager monteren



  1. Boor een gat met een diameter van 6 mm door het spatbord.
    • Voor CROSSWAY TFS IV-modellen (vanaf modeljaar 26): Plaats het boorgat aan de markering voor jouw framegrootte (frame M = boorgat M).

    • Voor CROSSWAY TFS III-modellen (tot modeljaar 25): Plaats het boorgat aan de markering voor de vorige framegrootte (frame M = boorgat S).

  2. Leg de rail in de beschermplaat.




  3. Bevestig de bagagedrager met de beide schroeven en een inbussleutel van 4 mm aan het spatbord.








  4. Demonteer het achterwiel.
  5. Bevestig de bagagedrager met een inbussleutel van 4 mm aan het frame. Draai de schroeven vast tot 4-5 Nm.

  6. Bevestig het spatbord aan de zadelpenbrug.
    • Voor CROSSWAY TFS IV-modellen (vanaf modeljaar 26): Monteer de afstandshulsen tussen het spatbord en het frame en trek de schroef vast met een inbussleutel van 4 mm.



    • Voor CROSSWAY TFS III-modellen (tot modeljaar 25): Bevestig de L-vormige adapter aan de zadelpenbrug. Bevestig het spatbord met schroef en moer aan de L-vormige adapter.



  7. Monteer de afstandshuls tussen het spatbord en de achtervorkbrug en trek de schroef vast met een inbussleutel van 4 mm.


  8. Monteer het achterwiel terug en controleer of het vrij loopt.

Achterlicht monteren



  1. Leid de voorgemonteerde schroeven door de openingen van de bagagedrager en bevestig ze met de moeren.


  2. Plaats het achterlicht zijdeling in de houder en schuif het geheel naar het midden van de stopper.






Maximale lengte van de vork en het afstandsstuk

De maximale vorklengte gemeten van de as tot de vorkkroon is 468 mm. Dit komt overeen met de afmetingen van gangbare verende voorvorken met een veerweg van 100 mm .

De afstandsstukken van de stuurbuis mogen maximaal 30 mm zijn.

Technische gegevens van het frame

Technisch gegevenWaarde
Maximum system weight135 kg
Frame warrantylifetime
Carrier interfaceUniversal
Carrier mountingRetrofittable
Maximum carrier loadDepends on carrier
Kickstand interface40 mm Hebie
Bottle size and position0,75l ST
Accessory mountingTube Base Mount AL
Axle typeQuick release
Max. wheel size700 x 50 C
Max. tire sizes w. fenders700 x 45 C
Max. chainring size1 x 40 t, 2 x 46/30 t
Chainline49 mm
Max. fork length468 mm
Travel for max. fork length100 mm
Upper headsetZS44
Lower headset rotation360°
Lower headsetZS56
Brake mount standard rearPM 160 mm
Max. rotor sizes rear160 mm
BB standardBSA 73 mm
Seat post diameter30.9 mm
Rear axle standard9 x 135 mm
Rear axle dimensions168-173 mm length
Front derailleur mountingClamp diameter 34.9 mm
Front derailleur cable pullDown Pull
Chain guard standardClamp on
Frame lockNo
Frame weight1900 g
Derailleur hangerDH-013F

Recycling en afvoer

Je fiets en bijhorende componenten en accessoires mogen niet bij het gewone huisvuil worden afgevoerd.

Jouw fiets moet conform de wettelijke voorschriften milieuvriendelijk worden afgevoerd. Metalen onderdelen zoals frames, vorken en accessoires moeten worden gerecycled. Kunststoffen, rubber en ander materialen moeten volgens materiaalsoort worden gescheiden en gesorteerd worden afgevoerd. Elektrische en elektronische onderdelen (zoals de verlichting) en batterijen / accu’s moeten afzonderlijk als elektro-afval of speciaal afval worden afgevoerd en mogen bijgevolg niet worden meegegeven met het huishoudelijk afval. Voor de afvoer moeten hergebruikbare onderdelen worden gedemonteerd en, voor zover mogelijk, opnieuw worden gebruikt of worden verzonden voor bedoeld gebruik.